)
Wat is EN 12101?
Aangezien veel dodelijke slachtoffers bij brand te wijten zijn aan rookinhalatie, zijn rookbeheersingsmaatregelen een essentieel element van het brandrisicobeheer. Tevens is het van vitaal belang dat zij een betrouwbare kwaliteit en prestatie leveren.
Om dit op Europese schaal te garanderen, specificeert de EN 12101 norm de vereisten en testmethodes voor de producten die gebruikt worden in natuurlijke, mechanische en onder druk rookbeheersingssystemen. Systeemspecificeerders moeten altijd proberen producten te gebruiken met CE-markering volgens deze norm. Omdat deze verplicht is voor producten die onder geharmoniseerde EN-normen vallen. En de zekerheid biedt dat elk product ontwikkeld, getest en vervaardigd is om de prestaties te leveren die nodig zijn om vlucht- en reddingswegen vrij van rook te houden en bewoners als eigenaars te beschermen in geval van brand.
Wat zijn EN-normen?
Van nationale naar Europese normen
Voordat Europese geharmoniseerde normen werden ingevoerd, hanteerden EU-lidstaten vooral hun eigen nationale normen. Denk bijvoorbeeld aan BSI in het Verenigd Koninkrijk, DIN in Duitsland, AFNOR in Frankrijk en NEN in Nederland.
Dat zorgde voor verschillen tussen landen en maakte grensoverschrijdende handel ingewikkelder. Om die belemmeringen weg te nemen, werd besloten om voor bepaalde producten één Europese norm te ontwikkelen.
Voor veiligheidskritische producten, waaronder bepaalde bouwproducten, betekent dit dat ze volgens dezelfde geharmoniseerde Europese norm (hEN) moeten worden beoordeeld. Deze normen worden ontwikkeld door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN).
Wanneer een product volgens de betreffende geharmoniseerde norm is beoordeeld en aan de eisen voldoet, kan het – afhankelijk van het toepasselijke beoordelingssysteem – een CE-markering krijgen en binnen de EU worden verhandeld.
Eén Europese norm, één referentiekader
Na publicatie van een Europese norm moeten de lidstaten deze norm overnemen en eventuele tegenstrijdige nationale normen intrekken.
Voor bepaalde bouwproducten met een veiligheidskritische prestatie zijn de Europese eisen wettelijk verplicht. Sinds de invoering van de Europese regelgeving voor bouwproducten is het daarom belangrijk om bij de specificatie en aankoop van rookbeheersingsproducten na te gaan welke geharmoniseerde eisen van toepassing zijn.
EN 12101 bestaat uit verschillende delen
EN 12101 is geen enkele norm, maar een reeks normen. Elk deel behandelt een specifiek product of onderdeel van een rook- en warmtebeheersingssysteem.
Hieronder zetten we de belangrijkste geharmoniseerde delen op een rij.
EN 12101-1: rookbarrières
Rookbarrières beperken de verspreiding van rook in grote, open ruimten. Ze zijn een belangrijk onderdeel van rook- en warmtebeheersingssystemen: ze houden rook tegen, sturen deze naar de gewenste afvoerroute en helpen zo vlucht- en reddingswegen vrij van rook te houden.
EN 12101-1 beschrijft de prestatie-eisen, classificaties en testmethoden voor rookbarrières. Daarbij worden twee hoofdtypen onderscheiden:
- Statische rookbarrières (SSB): deze zijn permanent neergelaten.
- Actieve rookbarrières (ASB): deze zijn normaal gesproken verborgen en worden bij brand automatisch geactiveerd.
De norm geldt voor rookbarrières die in gebouwen worden geïnstalleerd. Barrières die onderdeel zijn van de constructie van het gebouw vallen buiten het toepassingsgebied.
Getest op betrouwbaarheid en duurzaamheid
Om aan de norm te voldoen, wordt een rookbarrière op verschillende eigenschappen beoordeeld. Denk aan:
- temperatuur- en tijdclassificatie;
- responstijd;
- rooklekkage;
- betrouwbaarheid;
- duurzaamheid.
Voor die laatste aspecten worden onder meer uitgebreide cyclustests uitgevoerd. Ook schrijft de norm eisen voor aan installatie en onderhoud.
EN 12101-2: natuurlijke rook- en warmteafvoer
Rook en warmte afvoeren met natuurlijke ventilatie
Natuurlijke rook- en warmteafvoersystemen, ook wel NSHEVS genoemd, worden in veel verschillende gebouwen toegepast. Het gaat bijvoorbeeld om openingen in daken of gevels, maar ook om ventilatoren die onderdeel zijn van een natuurlijke rookschacht.
Bij brand maken deze systemen gebruik van het natuurlijke drijfvermogen van warme rook. De rook en warmte worden naar buiten afgevoerd, waardoor vlucht- en reddingswegen zo lang mogelijk bruikbaar en rookvrij blijven.
Strenge tests voor de complete unit
EN 12101-2 beschrijft de prestatie-eisen voor natuurlijke rook- en warmteafvoerventilatoren die onderdeel zijn van een rook- en warmtebeheersingssysteem.
Daarbij wordt de volledige unit getest, inclusief de ventilator en actuator. Een belangrijke eigenschap is bijvoorbeeld de aërodynamisch vrije oppervlakte van de ventilator. Deze kan worden bepaald via berekeningen, experimenten op ware grootte of nauwkeurig op schaal gemaakte dak- of wandopstellingen.
Daarnaast worden verschillende praktijktests uitgevoerd. Zo wordt gekeken naar:
- de werking bij hoge en lage temperaturen;
- sneeuw- en windbelasting;
- herhaalde openings- en sluitingscycli;
- de snelheid waarmee de unit opent;
- werking op netstroom en batterijvoeding;
- pneumatische bediening, waar van toepassing.
De unit moet binnen de voorgeschreven tijd naar de uitlaatstand kunnen worden geopend.
Wordt de ventilator ook gebruikt voor dagelijkse ventilatie? Dan moet deze bovendien voldoen aan de aanvullende eisen voor een systeem met een dubbele functie.
Ook de productie telt
EN 12101-2 stelt niet alleen eisen aan het geteste product, maar ook aan de productie ervan. Via Factory Production Control (FPC) moet de fabrikant aantonen dat producten die de fabriek verlaten dezelfde prestaties blijven leveren als het geteste product.
EN 12101-3: mechanische rook- en warmteafvoer
Ventilatoren die rook actief afvoeren
Mechanische rookbeheersingssystemen gebruiken aangedreven ventilatoren om rook en hete gassen uit een gebouw af te voeren. Ze worden vaak toegepast in bijvoorbeeld hoogbouw, parkeergarages en gebouwen met lange of complexe vluchtwegen.
EN 12101-3 beschrijft de eisen voor deze aangedreven rook- en warmtebeheersingsventilatoren.
De norm geldt ook voor impuls- of straalventilatoren. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt om rook over grotere afstanden te verplaatsen, zoals in parkeergarages en tunnels.
Betrouwbare werking onder zware omstandigheden
De ventilatoren worden beoordeeld op verschillende prestatiecriteria. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:
- responstijd;
- brandbestendigheid;
- werking onder sneeuw- en windbelasting;
- betrouwbaarheid over meerdere operationele cycli;
- capaciteit voor rook- en heetgasafvoer.
Net als bij andere delen van EN 12101 zijn ook hier eisen opgenomen voor de kwaliteitscontrole tijdens het productieproces.
EN 12101-6: drukverschilsystemen
Rook buiten de beschermde ruimte houden
Een drukverschilsysteem, ook wel een rookdruk- of overdruksysteem genoemd, verhoogt de luchtdruk in een beschermde ruimte ten opzichte van aangrenzende ruimten.
Daardoor wordt voorkomen dat rook de beschermde ruimte binnendringt. Dit blijft ook belangrijk wanneer deuren worden geopend. Drukverschilsystemen worden daarom veel toegepast in complexe gebouwen, zoals hoogbouw.
Van ontwerp tot testen
EN 12101-6 geeft richtlijnen voor het ontwerp, de berekening, installatie, inbedrijfstelling en het testen van deze systemen. Daarbij worden alle relevante onderdelen en kits meegenomen.
De norm onderscheidt zes verschillende systeemtypen (A t/m F). Ze zijn bedoeld om bijvoorbeeld:
- trappenhuizen;
- gangen;
- lobby’s;
- andere vluchtwegen;
- beschermde routes voor de brandweer
tegen rook te beschermen.
Elke classificatie heeft eigen eisen voor onder andere luchtsnelheid, druk en ontwerp. Welke classificatie nodig is, hangt af van het risico en het gebruik van het gebouw. Ook factoren zoals de bekendheid van gebruikers met het gebouw en het slaaprisico kunnen daarbij een rol spelen.
De norm beschrijft bovendien hoe de verschillende parameters worden berekend en hoe systemen moeten worden getest, onder andere met open en gesloten deuren. Ook de interactie met andere brandveiligheids- en gebouwsystemen, installatie, inbedrijfstelling, onderhoud en documentatie komen aan bod.
Een norm in ontwikkeling
Let op: EN 12101-6 kan momenteel niet worden gebruikt om een product van een CE-markering te voorzien. De norm wordt herzien en is momenteel in een proces van deharmonisatie.
De beoogde nieuwe opzet bestaat uit twee delen:
- een productnorm voor onder andere ventilatoren, kleppen en regelingen, waarmee een CE-markering mogelijk wordt;
- een herziene ontwerpnorm die het aantal classificaties vermindert en het ontwerpproces eenvoudiger en duidelijker maakt.
EN 12101-7: rookkanalen
Rook veilig door het gebouw transporteren
Rookkanalen vormen een belangrijk onderdeel van natuurlijke, mechanische en drukgestuurde rookbeheersingssystemen.
EN 12101-7 beschrijft de eisen voor deze kanalen en bijbehorende componenten, zoals:
- kanaalsecties;
- ophangsystemen;
- draaischoepen;
- geluiddempers.
Natuurlijke en aangedreven ventilatoren en rookkleppen vallen onder andere delen van de EN 12101-reeks.
Kanalen die voor andere doeleinden dan rook- en warmteafvoer worden gebruikt, vallen buiten deze norm. Hetzelfde geldt voor schade als gevolg van proceschemicaliën die bewust of onbedoeld door het systeem worden aangezogen.
Brandwerendheid en rookdichtheid
De norm beschrijft onder meer hoe rookbeheersingskanalen worden beoordeeld op:
- brandwerendheid;
- lucht- en rookdichtheid;
- integriteit;
- isolatie.
Dit geldt zowel voor systemen met één compartiment als voor systemen met meerdere compartimenten. Ook installatie en onderhoud worden behandeld.
Extra aandacht voor maatwerk
De toepassing van EN 12101-7 kan in de praktijk complex zijn, vooral omdat rookkanalen vaak op locatie worden samengesteld. Hierdoor kan onduidelijkheid ontstaan over de manier waarop CE-markering en productbeoordeling moeten worden toegepast.
Bij complexe kokersystemen is het daarom verstandig om advies in te winnen bij een specialist op het gebied van rookbeheersing.
EN 12101-8: rookbeheersingskleppen
Kleppen die rookstromen sturen
Rookkleppen zijn een belangrijk onderdeel van veel rookbeheersingssystemen. Ze voorkomen dat rook en warmte zich ongecontroleerd via kanalen verspreiden. Daarnaast kunnen ze worden gebruikt om de verspreiding van blusgassen te beperken en om drukontlasting en luchttoevoer in overdruksystemen te regelen.
Een rookklep is niet hetzelfde als een brandklep of gecombineerde brand- en rookklep. Een brandklep is in principe ontworpen om bij brand te sluiten en gesloten te blijven, zodat brand en rook zich niet verder verspreiden.
Rookbeheersingskleppen hebben juist een andere functie binnen een rookbeheersingssysteem.
Openen en sluiten wanneer dat nodig is
Wanneer een brand wordt gedetecteerd, sluiten de rookkleppen die niet nodig zijn voor de afvoer van rook. De kleppen in de betreffende brandzone blijven open of openen, zodat rook en hete gassen via het rookbeheersingssysteem kunnen worden afgevoerd.
De kleppen worden daarom in verschillende situaties getest. Zo wordt gekeken naar:
- betrouwbaarheid;
- responstijd;
- rooklekkage in gesloten toestand;
- brandwerendheid;
- weerstand tegen rook en warmte, afhankelijk van de classificatie;
- het vermogen om gecontroleerd te openen en open te blijven.
Dezelfde klep moet dus, afhankelijk van de situatie, zowel gesloten als geopend betrouwbaar functioneren.
Eisen voor klep én bedieningsmechanisme
EN 12101-8 geldt voor rookafvoerkleppen en bijbehorende onderdelen, zoals bedieningsmechanismen. De norm beschrijft de fundamentele prestatie-eisen voor toepassing binnen complete rookbeheersingssystemen.
De norm maakt onderscheid tussen rookkleppen voor één compartiment en brandwerende rookkleppen voor meerdere compartimenten.
Net als bij EN 12101-7 geldt de norm niet voor schade die wordt veroorzaakt door proceschemicaliën die bewust of onbedoeld door het systeem worden aangezogen.
EN 12101-10: voedingen
Een rookbeheersingssysteem moet blijven werken
Tijdens een brand moeten rook- en warmtebeheersingssystemen betrouwbaar blijven functioneren. Daarvoor is een betrouwbare energievoorziening essentieel.
EN 12101-10 beschrijft de eisen en testmethoden voor primaire en secundaire elektrische en pneumatische voedingen die worden gebruikt in rook- en warmtebeheersingssystemen.
Getest onder extreme omstandigheden
De voedingen worden onderworpen aan verschillende prestatietests. Naast standaard functionele tests wordt gekeken naar de werking onder zware omstandigheden, zoals:
- lage temperaturen;
- vochtige en droge warmte;
- trillingen;
- schokken.
Ook hier stelt de norm eisen aan de kwaliteitscontrole tijdens de productie. Zo wordt gewaarborgd dat de geleverde producten blijven voldoen aan de prestaties van het geteste product.
Hoe kan ik ervoor zorgen dat de producten die ik heb gespecificeerd aan deze normen voldoen?
Controleer de CE-markering
Voor bouwproducten die onder een geharmoniseerde Europese norm vallen, gelden specifieke eisen voor CE-markering.
Voor rookbeheersingsproducten die onder de geharmoniseerde delen van EN 12101 vallen, moeten fabrikanten hun producten laten beoordelen volgens de voorgeschreven procedures. Daarbij is voor deze producten betrokkenheid van een aangemelde onafhankelijke derde partij vereist.
Een eerste controle is eenvoudig: kijk in de productdocumentatie en controleer of het product of de verpakking een CE-markering draagt.
Vraag naar de juiste documenten
Twijfelt u of een product daadwerkelijk aan de relevante eisen voldoet? Vraag de fabrikant dan om de bijbehorende documentatie.
Controleer bijvoorbeeld:
- het conformiteitscertificaat;
- de prestatieverklaring (DoP);
- de technische productdocumentatie;
- de vermelde classificaties en prestaties.
Let daarbij niet alleen op de aanwezigheid van een CE-logo. Controleer vooral welke norm en welke prestaties op het product van toepassing zijn. Een CE-markering op zichzelf zegt namelijk niet welke prestaties het product precies levert.
Meer weten over dit onderwerp?
Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Onze experts helpen u graag verder. Neem contact met ons op via het formulier hieronder.