)
)
Een korte introductie tot de Europese norm voor daglicht
Wat is EN 17037?
De publicatie van EN 17037 was een echte mijlpaal voor de Europese bouwsector. Voor het eerst kunnen projectteams in het hele continent terugvallen op één geharmoniseerde norm die uitsluitend betrekking heeft op daglichttoetreding. Het heeft een aantal jaren geduurd om zover te komen en het resultaat is ambitieus qua reikwijdte, terwijl het ontwerpers toch een grote mate van flexibiliteit biedt.
De norm behandelt de verschillende aspecten van daglichtontwerp door duidelijke minimale prestatieniveaus vast te stellen voor vier kerngebieden:
- Daglichtvoorziening - het regelen van het volume en de verspreiding van daglicht in een ruimte
- Uitzicht - beoordeling van de kwaliteit van het uitzicht vanuit ramen en daklichten
- Zonlicht - kijken naar de duur van blootstelling aan de zon en aanpakken van oververhittingsproblemen
- Verblindende glans - ervoor zorgen dat de verblinding wordt beperkt om het visuele comfort te verbeteren
De norm bevat ook aanbevelingen voor "gemiddelde" en "hoge" naleving binnen elk gebied voor projectteams die verder willen kijken dan de minimumvereisten.
NPR 4057
Onlangs is er een Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR) opgezet. Deze norm moedigt de ontwerpers van gebouwen ertoe aan om te beoordelen of en te bewerkstelligen dat ruimten op geslaagde wijze met daglicht worden verlicht. Zij biedt ontwerpers en ontwikkelaars van gebouwen tevens de mogelijkheid ambities na te streven met betrekking tot het gebruik van daglicht en zij gaat in op andere belangrijke punten die verband houden met ontwerpen met het oog op daglicht, zoals uitzicht, bescherming tegen verblinding en blootstelling aan zonlicht.
Daglichtvoorziening
In het scoping-gedeelte van de nieuwe norm staat dat het de bedoeling is een "adequate subjectieve indruk van lichtheid binnenshuis" te creëren met behulp van natuurlijke bronnen. Om dit te definiëren heeft de werkgroep gekeken naar de niveaus van binnenverlichting die in bestaande verlichtingsnormen (zoals EN 12464-1) als adequaat worden beschouwd en is deze uitgekomen op een waarde van 300 lux.
Om te voldoen aan de minimumaanbevelingen voor binnenruimten die verlicht worden met ramen of vliesgevels, moet meer dan 50% van de ruimte 300 lux bereiken gedurende meer dan de helft van de daglichturen in het jaar. Om te voorkomen dat er binnen een ruimte bijzonder sombere zones ontstaan, moet bovendien in de hele ruimte gedurende dezelfde periode aan een terugloopwaarde van 100 lux worden voldaan.
Als daklichten worden gebruikt om daglicht in de ruimte te brengen, zijn de eisen strenger met een waarde van 300 lux die vereist is voor de hele relevante ruimte gedurende ten minste de helft van de daglichturen.
Er worden twee methoden aangeboden om de daglichttoetreding in een ontwerp te evalueren. De eenvoudigste methode maakt gebruik van een berekening van de daglichtfactor met de typische bewolkte hemel van de CIE. Aangezien de norm een groot geografisch gebied bestrijkt, wordt een tabel gegeven waarin de beoogde daglichtfactor wordt aangepast op basis van de verlichtingssterkte in de hoofdstad van elk land.
Voor meer nauwkeurige resultaten kan ook gebruik worden gemaakt van op het klimaat gebaseerde software voor daglichtmodellering (CBDM). Deze benadering maakt gebruik van klimaatgegevens voor de specifieke locatie van het gebouw en simuleert verlichtingsveranderingen om het uur of om het half uur. Het kan ook dynamisch beweegbare elementen zoals jaloezieën modelleren. Hoewel deze aanpak bewerkelijker is dan de daglichtfactorbenadering, zijn de resultaten veel gedetailleerder en kunnen ze ontwerpers aanzienlijk meer praktische voordelen opleveren.

Zonlicht
Onderzoek heeft duidelijk aangetoond dat toegang tot daglicht positieve gezondheidsvoordelen kan hebben voor de bewoners (in het bijzonder voor meer kwetsbare personen zoals jonge kinderen en patiënten). Werknemers zijn gezonder, gelukkiger en productiever, schoolkinderen zijn alerter en kunnen informatie beter opnemen, patiënten genezen sneller en zijn minder vatbaar voor depressies. Het kan zelfs de verkoop in de detailhandel verbeteren. Tegelijkertijd moeten de niveaus tijdens de zomermaanden worden beheerd om hotspots en oververhitting te voorkomen.
Om een evenwicht te bereiken beveelt de norm een minimale mogelijke blootstelling aan zonlicht aan van 1,5 uur voor alle patiëntenkamers in ziekenhuizen, speelzalen in kinderdagverblijven en ten minste één kamer in woningen. Deze waarde is gebaseerd op zonlichtniveaus op 21 maart (de lente-equinox) en net als bij daglichtvoorziening wordt een tabel gegeven waarmee dit kan worden afgestemd op de zonshoogte binnen de hoofdstad van elk relevant land. De volledige berekeningen houden rekening met factoren zoals de hoogte en positie van de beglazing en eventuele obstructies in de omgeving.
Om aan de eisen ervan te voldoen, moeten ontwerpers zorgvuldig nadenken over de plaats en de grootte van de ramen en over de algemene oriëntatie en indeling van het gebouw.
Verblinding
Een van de grootste uitdagingen bij het werken met een verlichtingsbron die zo krachtig is als de zon, is ervoor te zorgen dat het licht niet in de ogen van de gebruikers wordt gericht - wat hen zou afleiden en irriteren. Omdat verblinding op specifieke plaatsen in een ruimte waarschijnlijk meer invloed heeft dan op andere, maakt de norm gebruik van een complexe berekening van de waarschijnlijkheid van verblinding door daglicht (DGP) om de verlichtingssterkte op ooghoogte in een ruimte te bepalen en het waarschijnlijke aandeel van 'ontevreden' mensen in de ruimte als gevolg daarvan.
Om aan de minimumeisen te voldoen, mag de DGP gedurende niet meer dan 5% van de verwachte gebruikstijd een drempelwaarde (0,45 DGPt) overschrijden. Dit moet ervoor zorgen dat de meeste gebruikers zich comfortabel voelen. In de meeste gevallen zou het gebruik van beweegbare of intrekbare zonweringen, zoals jaloezieën, moeten helpen om dit probleem doeltreffend aan te pakken.
Uitzicht
Het laatste aspect van de standaard is een liefdesbrief aan iedereen die wel eens een standje heeft gekregen voor "dagdromen" terwijl hij uit het raam staarde. Ook deze norm is gebaseerd op onderzoek waaruit blijkt dat naar buiten staren een gunstig effect heeft op zowel de geest als het visuele systeem.
Om te proberen hier een kwalitatieve maatstaf voor aan te leggen, kijkt de norm naar 3 parameters:
- Breedte van het zichtvenster(s) - Dit is het gedeelte van het horizontale zicht van waar de bewoners geacht worden te zitten/staan dat uit openingen bestaat. Dit kan worden beïnvloed door de grootte en plaatsing van ramen en de afstand en hoek van de gebruikers tot die ramen. Het aanbevolen minimum is > 14° (gebaseerd op een gezichtsveld van 360°).
- Buitenafstand van het uitzicht - Dit is de afstand tot de verste constructies buiten het raam. Om de ogen te laten ontspannen is de minimumeis > 6 meter. Dit kan worden berekend op basis van bouwtekeningen.
- Aantal lagen te zien vanaf ten minste 70% van de oppervlakte - De norm verdeelt een uitzicht in drie lagen: lucht, landschap en grond. Om aan de minimumeisen te voldoen moeten de bewoners ten minste de landschapslaag kunnen zien. Zowel deze als de "breedte van het zichtvenster/de zichtvensters" kunnen worden berekend met behulp van een fisheye-projectie.

Wat dit betekent voor onze gebouwen
De nieuwe norm wordt momenteel in de hele EU en in een aantal derde landen ingevoerd. De aanbevelingen zijn niet alleen relevant voor nieuwe gebouwen, maar kunnen ook worden toegepast als onderdeel van uitgebreide renovatiewerkzaamheden.
Wij geloven oprecht dat de norm het potentieel heeft om de kwaliteit van onze gebouwen aanzienlijk te verhogen. Om dat te bereiken is het echter van vitaal belang dat architecten zich volledig in de geest van de norm verdiepen en hem niet louter zien als een nieuwe reeks vakjes die moeten worden aangekruist. Door vanaf de eerste conceptuele fasen rekening te houden met een nauwkeurig ontwerp van de daglichttoetreding, zou het mogelijk moeten zijn om gebouwen te creëren die efficiënter omgaan met energie, de gezondheid van de bewoners beschermen en hen een meer stimulerende ervaring bieden.
Bij Kingspan Light + Air kunnen wij glazen daken, daglichtsystemen en technische expertise leveren waarmee u aan de eisen kunt voldoen. Met behulp van de nieuwste modelleringstechnieken kunnen wij helpen bij de fijnafstemming van elk aspect van een gebouw, zoals de oriëntatie en vorm, de grootte en positie van de daglichttoetreding en de voorziening van zonweringsmaatregelen. Met onze uitgebreide productportefeuille creëren wij oplossingen waarmee wij lichtere, gezondere ruimten kunnen realiseren die veel efficiënter met energie omgaan.
Advies voor jouw project
Wil je meer daglicht in jouw gebouw? Kingspan Light + Air levert glas helder advies en technische expertise.
Neem contact op voor advies.