Aan welke veiligheidseisen moeten de vluchtroutes van een wokkeltrappenhuis voldoen?

Er worden in Nederland steeds meer hoge gebouwen gebouwd. Maar hoe vlucht je uit zo’n hoog gebouw als er brand uitbreekt? Vluchtroutes via trappenhuizen kunnen op meerdere manieren worden ingericht. Dit artikel gaat over de toepassing van wokkeltrappenhuizen. Wat is een wokkeltrappenhuis, wat zegt de wetgeving hierover, wat zijn alternatieve invullingen en wat is ons advies.

Publicatiedatum

Laatst bijgewerkt

Wat is een wokkeltrappenhuis?

Een wokkeltrappenhuis is in feite een trappenhuis met twee trappenhuizen in één. Zo’n trappenhuis heeft twee aparte (vlucht)routes die brandwerend van elkaar gescheiden zijn. Per verdieping heeft elke trap een eigen toegang, waardoor twee onafhankelijke vluchtwegen ontstaan. In een wokkeltrappenhuis draaien twee trappenhuizen volledig brandwerend als een wokkel om elkaar heen.

Ontvluchten uit hoge gebouwen

Hoe maak je het vluchten uit hoge gebouwen mogelijk? Daar zijn regels voor. Het Bbl (voorheen Bouwbesluit) geeft aan dat als de hoogste vloer verblijfsgebied hoger gelegen is dan 20 meter, het trappenhuis voorzien moet zijn van een voorportaal. Je moet via tenminste twee afzonderlijke vluchtwegen het gebouw kunnen ontvluchten.

Een wokkeltrappenhuis is hiervoor een ingenieuze oplossing die weinig ruimte in beslag neemt. Maar de wet geeft ook aan dat het trappenhuis voorzien moet zijn van een voorportaal. Dit is vaak niet de gewenste oplossing. We bieden een alternatief: een overdruksysteem. Deze wordt als gelijkwaardige oplossing beschouwd.

Wetgeving voor hoge gebouwen

Wat zegt de wetgeving over vluchten uit hoge gebouwen? Het Bbl geldt voor gebouwen tot 70 m. Voor gebouwen hoger dan 70 meter verwijst de Bbl naar het document ‘Handreiking brandveiligheid in hoge gebouwen’ van ISSO, voormalige Stichting Bouwresearch (SBR). Hierin staan aanbevelingen voor het realiseren van een veilig gebouw.

Hierbij geldt voor trappenhuizen dat er een voorportaal én een overdrukinstallatie moet zijn. De  overdrukinstallatie bij voorkeur te voorzien in het voorportaal maar toepassing in het trappenhuis is ook mogelijk. De aanbeveling verwijst voor het ontwerpen van een overdrukinstallatie naar NEN-EN12.101-6, de voorganger van de nieuwe NEN 6095-2 norm , die 1-7-2024 is gepubliceerd.

De nieuwe NEN-6095-2 norm is tot stand gekomen in een samenwerking van adviseurs, inspectie-instellingen, brandweer, rookbeheersingsbedrijven. Kingspan Light + Air heeft als lid van Federatie Veilig Nederland een significante bijdrage geleverd aan het ontstaan van deze norm.

De NEN-6095-2 norm

Het ontwerp en prestatie van de overdrukinstallatie is volgens deze norm afhankelijk van het gebruik van het gebouw en het ontruimingsconcept. In de norm worden installaties geclassificeerd in Klasse A t/m Klasse F.

We nemen als voorbeeld Ontruimingsconcept A. Dit behoort bij een woongebouw waarbij sprake is van een volledige ontruiming met de standaard ontruimingstijd. In deze situatie geldt dat een Klasse D overdrukinstallatie voorzien moet worden. Hierbij gaat de norm NEN6095-2 uit van een gebouw waarin geslapen wordt en waarbij de gebruikers minder alert en mogelijk onbekend zijn met de omgeving.

De prestatie die de overdrukinstallatie moet leveren is:

  • luchtsnelheid > 0,75 m/s over de geopende deur naar de aangrenzende ruimte (veelal de hal);
  • te realiseren drukverschil 10 Pa waarbij de deur naar buiten en een deur naar een “niet met brand belaste” bouwlaag is geopend;
  • te realiseren drukverschil 30 Pa bij gesloten deuren.

De prestatie wordt overzichtelijk weergegeven in genoemde norm, zie onderstaande afbeelding:

Ontruimingsconcepten kunnen afwijken van de norm

De genoemde handreiking “Brandveiligheid in hoge gebouwen” omschrijft vier ontruimingsconcepten (A t/m D). Ontruimingsconcepten A, B en C worden gekoppeld met een systeemklasse uit de norm. Ontruimingsconcept D gaat over gedeeltelijk ontruimen van een gebouw, wat niet wordt toegepast in Nederland.

De prestatie-eisen van een klasse B en F installatie gaan ervan uit dat deuren van het trappenhuis langdurig open staan (verkeersbewegingen door brandweer, blusmiddelen in deuropening) en dat een luchtsnelheid van minstens 2 m/s gerealiseerd moet worden over de deur die toegang verleent tot de brandruimte.

In de praktijk betekent dit dat het overdruksysteem grote luchtvolumes, ook wel debieten genoemd, dient te verplaatsen. Debieten tot wel 40.000 m3/h en hoger zijn hierbij geen uitzondering.

Voor het goed functioneren van een overdrukinstallatie mag de overdrukruimte, conform NEN6095-2:2024, niet hoger zijn dan 50 meter. Er moet dus bij hogere overdrukruimten een “bouwkundige knip” in het trappenhuis worden gelegd. Dat betekent dat het trappenhuis in de hoogte moeten worden verdeeld in twee of meer delen van 50 meter hoog. Óf je moet kunnen aantonen dat de overdrukinstallatie toch de vereiste prestaties levert. Gaat dit niet? Dan kun je ook voor een alternatief gaan: een mechanische afvoervoorziening.

Het advies over de luchtverdeling in een wokkeltrappenhuis

Om een goede luchtverdeling in de overdrukruimte op iedere verdieping te realiseren moet je volgens de NEN6095-2 tenminste om de drie verdiepingen lucht inblazen. Dat gaat niet in een wokkeltrappenhuis omdat de geometrie het niet toestaat. Daarom adviseren wij om de twee verdiepingen in te blazen. Zoals gesteld is het is ook mogelijk uitsluitend het voorportaal op overdruk te zetten in plaats van het trappenhuis. Dit vereist echter een complexere sturing omdat een voorportaal een klein volume betreft.

Wil je eens sparren over dit onderwerp? Neem contact op.

Main Navigation